De transitie van vrouw naar moeder was voor mij een heftige tijd. Met mijn kennis van nu had ik veel dingen anders willen doen, maar mede door wat er allemaal wel en niet is gebeurd ben ik nu waar ik ben en heb ik mijn passie gevonden om alle vrouwen, alle moeders, en hun gezinnen te gunnen wat ik gehoopt had voor mijzelf.
Ik ben opgeleid als analytisch scheikundige en forensic scientist, maar na mijn transformerende moederschap heb ik mij omgeschoold naar postpartum doula, ook wel kraamtijd doula, en geboortefotograaf.
7 Dec 2020 – 31 weken zwanger
Ik heb een afspraak bij de gynaecoloog omdat ik een groene afscheiding heb en dat niet goed voelt. Martijn hoefde van mij niet mee, want ik denk dat er gewoon even gekeken wordt, misschien een kweekje gedaan en dan rijd ik zelf door naar mijn werk.
Terwijl de arts-in-opleiding intern onderzoek doet zegt ze dat ze toch de dienst-doende arts even mee wil laten kijken. Ze zag het goed, maar het is niet goed.
‘Je hebt al wat ontsluiting’. Heb ik dat nu goed gehoord? ‘We gaan even meten hoe ver je bent’
Ik zou Martijn laten weten hoe het gegaan was, maar voordat ik klaar was had ik hem al aan de telefoon. Terwijl ik huilend bij de gynaecoloog zat (onzeker en bang) legde zij aan Martijn uit wat er aan de hand was. Het leek alsof ik al wat ontsluiting had (3-4mm in het dossier) en de baarmoedermond was al bijna compleet verweekt. Er werd mij uitgelegd dat de baarmoedermond in de zwangerschap als trechter zou moeten zijn en nu was deze dus meer als een kommetje. Omdat ik nog maar 31 weken was moest ik van het Martini ziekenhuis naar het UMCG omdat er nu een verhoogd risico was op een vroeggeboorte en het UMCG heeft een Neonatale Intensive Care Unit (NICU). Ik was een beetje verbaasd dat ik zelf mocht rijden en doordat ik wel erg geschrokken was ben ik eerst naar mijn moeder gereden die vlak bij het Martini ziekenhuis woont.
Martijn was ook goed geschrokken. Hij werkte destijds in Franeker, zeker 45min rijden naar Groningen. Na het telefoontje heeft hij eerst een glas water leeggedronken en zijn baas opgezocht om zich af te melden. Daarna heeft hij snel zijn tas gepakt, alles afgesloten en zijn collega’s verteld wat er aan de hand was. Een collega vroeg nog ‘Gaat het wel?’ aangezien Martijn helemaal wit was weggetrokken en een ander vroeg nog of hij hem weg moest brengen. Martijn zei van niet maar moest van hem ‘wel rustig rijden hé!’.
Doordat ik nog even moest wachten op de verwijsbrief kwamen Martijn en ik bijna tegelijk aan bij mijn ouders, dus zijn we samen doorgereden naar het UMCG. Omdat het niet altijd zo overzichtelijk is in de stad als er werkzaamheden zijn reden we natuurlijk eerst nog verkeerd! Daardoor gingen we een rondje maken in een woonwijk en kwamen we achter een vuilniswagen stil te staan die op z’n gemakje een ondergrondse container ging legen. Gelukkig waren we samen en konden we er wel om lachen! En tja, we mochten zelf naar het ziekenhuis, dus zo ernstig zou de situatie niet zijn toch?!
Eenmaal aangekomen op de Obstetrische High Care (OHC) afdeling hebben we voor mijn gevoel de halve dag in de aanmeld kamer gelegen. Ik kreeg hier een inwendige echo, bloed en urine test, en natuurlijk een corona test! Ik heb een hele tijd aan de CTG (cardiotocografie) gelegen waarop ze mijn hartslag, de buikspanning en de hartslag van de kleine in de gaten hielden. Ik heb de dagen erna nog vele uren aan dit apparaat gelegen, maar dit was de eerste keer, dus nu was het nog best leuk om te zien!
Toen alle tests gedaan waren en de corona test negatief was mocht ik naar een kamer met nog twee dames. Martijn mocht niet blijven slapen en we hadden eigenlijk ook geen idee hoe lang ik zou moeten blijven. Misschien zou ik ook wel thuis op bed mogen blijven, maar we zouden de volgende dag wel een arts spreken en meer horen over het verloop. Martijn heeft thuis spullen gehaald en ‘s avonds nog wat spelletjes Skipbo verloren 😉
Wat een gekke situatie. We waren er beide stil van, het moest nog wat zakken, maar daar kregen we niet echt de tijd voor.
Martijn ging weer naar huis en zou de volgende dag thuis werken. Ik heb nog even met mijn buurvrouw gekletst en opgeschreven wat er allemaal was gebeurd om het maar uit mijn hoofd te krijgen en te kunnen slapen. Ik ben gaan slapen, zonder Martijn, maar kon maar niet lekker liggen. Toch maar naar de verpleging gelopen voor een extra kussen en heb nog een tijd op het toilet gezeten om een mega drol te lozen! Ik was nog niet klaar met de zwangerschapscursus, maar nu ik meer weet over de fysiologie van de geboorte zou dit een rode vlag bij mij hebben opgeworpen, maar ik heb dit niet eens genoemd bij de verpleging en hoopte vooral dat niemand had gemerkt dat ik had gepoept. Toch die schaamte op een gezamenlijk toilet.
Ik heb even kunnen slapen, maar in de nacht kreeg ik harde buiken waar ik wakker van werd, dus ben ik ze bij gaan houden, half-slapend, hoe lang er tussen zat. Na een halfuur heb ik toch maar op de knop gedrukt, omdat ik ongerust was geworden. Ik had hiermee gewacht omdat ik duidelijk van de andere vrouwen had meegekregen dat ze steeds slechte nachten hadden door onrust op de kamer en ik wou hen niet storen. Ik werd aan de CTG gelegd, maar het geluid en scherm stonden uit om de andere vrouwen niet te storen. Dit hielp totaal niet voor mijn eigen gemoedsrust. Het gevoel werd heftiger, de harde buiken (weeën) werden pijnlijker en ik wist niet of de verpleging nu door had hoe slecht het eigenlijk met mij ging en hoe bang ik was! Gelukkig kwamen ze meteen nadat ik weer op de knop drukte en gaven ze aan dat ze het gezien hadden en de arts al hadden gebeld. De arts was bezig met een andere vrouw die net bevallen was, dus ze liet even op zich wachten, maar ondertussen werd ik alvast naar de behandelkamer gereden. Uiteraard viel er wat om, bleef er wat haken én stootte het bed tegen de rand van de deur, dus helaas weer geen rustige nacht voor de andere dames. Maarja, ook geen rustige nacht voor ons….
In de behandelkamer lag ik weer aan de CTG, werd een echo gedaan en toch even getoucheerd. Shit. 3cm ontsluiting. Veel te vroeg…..
Doordat er net een vrouw was bevallen en er nu geen plek meer was op de NICU, werd er met mij en Martijn (aan de telefoon) overlegd over onze opties. Voor mij zou het nu minder intensief zijn om te verplaatsen dan dat het zou zijn voor een pasgeboren baby’tje, dus ik werd klaargemaakt en Martijn bleef thuis in afwachting welk ziekenhuis plek zou hebben. UMCG dus niet, maar daardoor zou het kunnen dat we bijvoorbeeld naar Leiden of Utrecht zouden gaan, ver van huis.
Om mij heen was het een geregelde chaos. De arts was aan het bellen, ik kreeg een infuus geprikt… twee keer, want mijn aderen werkten nooit mee… en kreeg antibiotica zodat de kleine beter bestand zou zijn tegen eventuele infecties als hij geboren zou worden. Een paar verpleegkundigen gingen mijn spullen pakken en ik moest kiezen wat er mee moest, omdat er maar één tas mee mocht in de ambulance. Mijn ouders zouden later de andere tassen wel komen halen, liet ik weten, dus dat gaf de verpleegsters wat rust. Ik werd op de brancard gelegd en ingesnoerd om naar de ambulance te rijden. We wisten alleen nog niet naar welk ziekenhuis, maar je kon wel merken dat een zwangere vrouw vervoeren die weën had toch een soort spanning bij de mensen meebracht.
Martijn was z’n spullen aan het pakken en zich aan het voorbereiden om achter mij aan te rijden, maar omdat we niet wisten waar we heen gingen, bleef hij thuis, wachtend op mijn telefoontje met instructies. Achteraf was het zoveel fijner geweest als hij gewoon naar het UMCG was gekomen, maar op dat moment hadden we geen idee hoe lang alles zou duren en als we richting Drachten zouden rijden was hij in ieder geval alvast in de richting.
Het werd Isala in Zwolle, ‘maar’ een uurtje rijden.
Martijn was er klaar voor en reed die kant op. De ambulance liet nog even op zich wachten, maar al snel werd ik naar de kelder gereden om midden in de nacht de lucht blauw te zien kleuren. Ik was zelf al een beetje van de schrik bekomen en voelde mij veilig in al deze adequate handen. Nu we daadwerkelijk in beweging kwamen werd het in mijn hoofd ook rustiger en de ambulancebroeder was duidelijk getraind om mij af te leiden. Ook hielp het dat de ambulancerit stiekem ook wel heel tof was!
Aangekomen in Zwolle reden we weer door eindeloze gangen richting de Obstetrische High Care (OHC) afdeling, waar Martijn al een tijd zat te wachten. Hoe fijn was het om zijn gezicht weer te zien en zijn handen te voelen, ondertussen al om 05:00 ‘s ochtends.
We werden de verloskamer ingereden, want ik had immers weeën, maar zoals ik ook al geruststellend tegen Martijn had gezegd, waren deze al flink afgezwakt. Ik werd gelijk weer aan de CTG gelegd en omdat we weer in een nieuw ziekenhuis waren, begon de chaos om ons heen weer. Gelukkig hadden we een hele fijne verpleegkundige die ons erdoorheen praatte en onze vragen beantwoordde. Mijn infusen werden weer verlegd, bloed geprikt, antibiotica gegeven en honderden vragen gesteld. Rond 07:00 ‘s ochtends was de CTG rustig en konden we na 24 uur eindelijk even slapen, Martijn op een slaapstoel vlak naast mij.
Het waren twee dankbare uurtjes en om 09:00 lag ik alweer aan de CTG en kregen we ontbijt. Gelukkig geen gerommel meer in mijn buik, dus mochten we de verloskamer verlaten en kregen we een privé kamer. Het was een ochtend van bijkomen, familie bellen en alles samen proberen te bevatten. We zouden nu gewoon elk moment vader en moeder kunnen worden. Omdat ik op een 1-persoons kamer lag mocht Martijn gelukkig wel blijven slapen (op een slaapbank), dus hoefde hij niet naar huis of naar een hotel. Op de kamer zijn we een beetje tot rust gekomen. Wat als eerste bij ons op kwam:
Martijn: “De babykamer is nog niet af!”
Fleur: “We hebben de geboortekaartjes nog niet ontworpen!”
We hebben het ook maar even goed over namen gehad, want we hadden nog geen tweede naam voor als het een jongetje zou worden (we wisten niet wat het werd). We wilden de baby niet vernoemen, maar mij leek het eigenlijk wel een leuk idee om naar Martijn zelf te vernoemen als het een jongetje zou zijn! Dus zo geschiedde.
Deze eerste avond in Zwolle kwamen mijn ouders nog langs, 1-voor-1 vanwege de corona regels, dus Martijn zat in de wachtkamer met 1 en de ander zat bij mij. Mijn vader had mijn tassen opgehaald bij het UMCG en daar gelijk informatie ingewonnen bij de verpleging over te-vroeg-geboren kindjes. Hij was erg bezorgd, maar omdat we al tegen de 32 weken aan zaten hadden ze hem een beetje gerustgesteld, want dat was eigenlijk, voor hun doen, helemaal niet zo ‘vroeg’. Hij had ook alvast een autostoeltje opgezocht waarin een baby kan liggen tijdens de rit, omdat zitten blijkbaar een spannende positie is voor hele kleine baby’tjes. Het was heel mooi en zo lief om te zien hoeveel hij ermee bezig was en hoe hij deze onderzoekjes uit handen haalde.
Martijn zat zo erg in zijn hoofd met de babykamer dat hij er enorm onrustig van werd en niet goed kon stilzitten, dus we hadden bedacht dat hij dan maar een dagje naar huis zou gaan om op te ruimen, spullen voor zichzelf te halen en de meubels nog een keer te verven. Hij vertrok in de ochtend.
Eind van de middag ging mijn infuus eruit. Deze was gestart toen ik met de ambulance van het UMCG naar Isala ging en zou worden gestopt nadat beide longrijpingsprikken helemaal ingewerkt waren. Ik kreeg de eerste prik toen ik was opgenomen in het UMCG en de tweede prik zou deze middag ook 24 uur ingewerkt zijn. Dit helpt de longetjes van de baby om optimaal voorbereid te zijn voor het geval hij geboren zou worden.
Ik was best een beetje zenuwachtig voor het stoppen van het infuus, want als het wel weeënremmers waren en geen placebo, dan zou het kunnen dat de weeën weer komen en de kleine echt geboren wordt. Rond 16:00 gaat het infuus eraf, dus ik hoop maar dat Martijn op tijd terug is. Ik heb mij maar een beetje beziggehouden met het ontwerpen van een kaartje en het uitschrijven van alles wat is gebeurd. Aishelana, de liefste Surinaamse verpleegster, komt het infuus stopzetten en even bijkletsen. Wat een lieverd die mij moed inspreekt en alleen maar liefde uitstraalt!
Martijn is rond een uur of 5 terug. Hij heeft geverfd, spullen gepakt en heel veel opgeruimd zodat we in een schoon huis terug kunnen keren (we realiseerden ons alleen niet dat dat nog heel lang zou kunnen duren). Hij vindt het fijn dan hij wat heeft kunnen doen en is een stuk rustiger, maar ook heel blij dat hij er weer is. Ik ook. We zijn weer samen.
We doen het rustig aan vanavond. Een beetje bijkomen van alle hectiek, bellen met familie en Gijs (een vriend van vroeger die hier toevallig als internist werkt) komt even langs. We gaan op tijd slapen en maar goed ook, want het wordt weer een onrustige nacht….
Om 01:20 word ik wakker met een zere buik. Ik voel mij opgeblazen alsof ik moet poepen, een beetje zoals de nacht in het UMCG. Dit keer houd ik bij op een kladpapiertje hoe laat het is als ik pijn heb om te kijken of het regelmatig is.
01:20 wakker, geplast, goed zere buik
01:39 nog steeds last, geprobeerd te poepen, maar niet gelukt, wel luht eruit
01:59
02:07
02:15
02:21 kruik en eten
02:25 korter pijn, minder heftig
02:29 zere onderrug
02:32 ik bel toch maar en word aan de CTG gelegd. Er is wel wat activiteit, maar niet heel heftig en het wordt weer iets minder, dus we kunnen nog even proberen te slapen.
Ik word rond 07:15 weer wakker en moet dit keer echt poepen. Dan begint het weer. Nu echt. Ik kom weer aan de CTG te liggen en het word steeds heviger. Om 09:15 gaan we naar de verloskamer en heb ik 7cm ontsluiting.
Ik lig, ik sta, ik hang, en probeer een goede houding te vinden. Uiteindelijk helpt het mij het beste om op mij ellebogen en knieën te hangen en tussen de weeën door even op mijn zij te gaan liggen.
Martijn is geweldig. Hij voelt zich misschien was machteloos, maar hij is echt mijn rots. Hij houdt mijn hand vast, helpt mij omhoog of in een andere houding en is vooral constant aan mijn zijde. Aan een enkel gebaar of handsignaal heeft hij al genoeg.
Als ik volledige ontsluiting heb en persweeën begin te krijgen is het hele circus weer aanwezig. Ik krijg antibiotica zodat de kleine straks zo goed mogelijk beschermt is tegen eventuele infecties en als snel komt de opmerking dat mijn vliezen bol staan en zometeen zullen knappen. De gynaecoloog zegt nog tegen de anderen om aan de kant te staan en dat het wat kan spetteren wanneer ik ga persen en er kracht op komt te staan. En jazeker, bij de volgende wee breken mijn vliezen als een grote waterballon. Ik hoor het haar nog zeggen:
“Nou zei ik heel hard tegen jullie was er kon gebeuren en ga ik zelf precies in de vuurlinie staan!”
Ik kon het zelf niet zien, maar er wordt volop gegrinnikt en Martijn lacht.
“Toch maar even een schone jas aan” hoor ik de gynaecoloog zeggen, ze is nogal nat geworden!
In no time is het hoofdje geboren en na een paar weeën voel ik een sterke trap van binnen en draait het hoofdje naar de juiste positie en is Robin om 11:47 geboren op 10 december 2020. Hij mag even op mijn borst liggen zodat Martijn de navelstreng kan doorknippen. Gelukkig ademt hij zelf en kan hier eventjes de tijd voor worden genomen.
Samen met Martijn gaat Robin naar het controle kamertje. Hier wordt alles nagekeken en krijgt hij een infuusje waarmee suikerwater en medicijnen gegeven kunnen worden. Terwijl hij is goede handen is wordt de placenta geboren en een paar plekjes gehecht. Als dit klaar is komen de mannen weer binnen.
Omdat Robin goed zelfstandig ademt en heel goed door de controle heen is gekomen mag hij nog even bij mij op de borst liggen voordat hij in de couveuse naar de NICU gaat. Dit is best bijzonder en ik geniet hier intens van. Zo trots dat hij het zo goed doet en dat die stomme longprikken niet voor niks zijn geweest.
Na een kwartiertje knuffelen en alles bewonderen gaat Robin met Martijn naar de NICU. Ik blijf achter en wordt een beetje schoon gemaakt en kan even uitrusten. Martijn blijft een hele tijd weg, maar ik ben blij dat Robin niet alleen is. Ondertussen is een witte tosti met ketchup mijn eerste maaltijd. Ik ben opgelucht dat het goed is gegaan en trots op mijzelf, maar ook een beetje beduusd dat het allemaal zo snel is gebeurd.
De bevalling viel best mee, maarja met 31 weken in 1910 gram, was het ook geen giga baby. Hij is goede handen, de beste, maar het liefst had ik hem hier bij mij gehad.
Als Martijn terug komt kan hij even eten en komt de verpleging mij helpen om te douchen. Ik heb er zo’n zin in! Even lekker afspoelen en fris naar Robin toe, maar wat valt dat tegen zeg! Ik stap uit bed en word aan twee kanten ondersteund om naar de douche te lopen. Ik heb niet veel om uit te doen, maar val zowat om als ik het probeer. Douche aan, eronder en afspoelen, maar ik val zowat flauw. Gelukkig blijft Martijn constant aan mijn zijde en waarschuwt de verpleging dat ik het kort moet houden. Ik zit op het stoeltje in de douche en hoop dat het oorsuizen snel stopt. Ik blijf nog even zitten terwijl Martijn de handdouche boven mij vasthoudt. Hij helpt mij afdrogen terwijl ik daar zit en ik word al snel weer in een schoon bed gelegd. Ik had nooit verwacht dat douchen zo tegen zou vallen, maar het heet ook niet voor niets een bevalling natuurlijk… zo naïf.
In een schoon bed weer even terug naar onze kamer om even te eten en dan gaan we samen naar Robin. Het is fijn om te weten waar hij ligt en hoe liefdevol hij is ingepakt en in de gaten wordt gehouden door de geweldige mensen op de NICU.
Ik zie Robin in de couveuse liggen, vredig knuffelend met een doekje tegen zijn buik. Hij mag nog even bij mij liggen (ik ben met bed en al naar de NICU gereden). Voordat we op de NICU kwamen heb ik mijn eerste druppels melk gekolfd, dus die hebben we met alle trots aan de verpleging overhandigd.
Wat ben je klein, maar wat ben je mooi, en van ons.
We blijven niet heel lang, want we zijn kapot en Robin is in hele goede handen.